Redemittel kapitel 3 - 3
Lijst downloaden(!)
Leren
Nederlands
Duits
Steekt u het marktplein over en gaat u dan naar links.
Ãœberqueren Sie den Marktplatz und gehen Sie dann links.
Het kasteel ligt tegenover de dom.
Das Schloss liegt gegenüber dem Dom.
Pardon, hoe kom ik bij het postkantoor?
Entschuldigung, wie komme ich zum Postamt?
Neem u mij niet kwalijk. Ik wil graag naar het stadsmuseum.
Entschuldigen Sie bitte. Ich möchte gerne zum Stadtmuseum.
Weet u waar ik de VVV vind?
Wissen Sie, wo ich das Fremdenverkehrsamt finde?
Naar de supermarkt en de tram is het vijf minuten lopen.
Zum Supermarkt und zur Straßenbahn sind es fünf Minuten zu Fuß.
Links op de foto zie je een boot.
Links im Bild sieht man ein Boot.
In het midden van de foto staan twee personen.
In der Mitte des Bildes stehen zwei Personen.
Op de voorgrond zie je een bureau.
Im Vordergrund sieht man einen Schreibtisch.