Aardrijkskunde water begrippen
Lijst downloaden(!)
Leren
Begrip
Uitleg
Begrip
Betekenis
Dijkring
Gebied dat wordt beschermd door dijken, duinen of hogere gronden
Zandsuppletie
Langs de kustlijn zand spuiten om zo de kust te verbreden.
Grondsoort
Het soort materiaal waaruit grond bestaat.
Grondwater
Het water dat in de grond in de ruimte tussen de gronddeeltjes zit.
Grondwaterspiegel
Het niveau waaronder de ruimte tussen de gronddeeltjes verzadigd is met water.
Zeespiegel
Gemiddelde hoogte van de waterstand van de zee.
Inlaat
Een plaats in de dijk waar men water in de polder kan laten stromen.
Inpandige landen
In veenpolders staat het water hoog in de sloten. Als veengrond namelijk ontwaterd wordt of uitdroogt, dan klinkt het in. Een weiland in een veenpolder zal in de zomer in het midden het meest uitdrogen. De afstand tot de sloot is het verst.
Duinen
Een heuvel van fijn zand langs de kust of rivier. Het ontstaat door het verwaaien van zand.
Dijken
Een verhoging in het land bij water. Het beschermt mensen, dieren, landbouwgronden en bedrijven tegen hoog water.
Gemalen
Een grote pomp om water uit een polder te pompen
Polder
Een met dijken omgeven stuk land.
Polderniveau
Sloten, kanalen en waterbergingen in de polder.
Boezemwater
De wateren waarin het overtollige water van polders gepompt wordt.
Buitenwater
Wateren die in verbinding staan met de zee.
Vlakte van preglaciaal zand
Dekzand
Een sediment dat onder preglaciale omstandigheden door de wind wordt afgezet. Het kan zich vormen als er nauwelijks vegetatie aanwezig is, vanwege kou.
Strandwallen
Een door de branding in de zee opgeworpen rug van los materiaal.
Veen
Oude plantenresten
Oude duinen
Ze zijn ontstaan in de eerste transgessieperiode in het Holoceen.
Waddenzee
Zee. Ligt tussen de Noordzee en Waddeneilanden.
Oude zeeklei
Kleideeltjes die zich opstapelden en zo een dikke laag werden, het werd op een kwelder afgezet. Oud wanneer
Zuiderzee
Was een grote binnenzee in het noordelijke deel van Nederland. Door de afsluitdijk is het belangrijkste deel afgesloten.
Jonge duinen
Ontstaan in de 2ee transgressieperiode tijdens het Holoceen. Ze werden wel tot tientallen meters hoog en vormen nu nog steeds een groot deel van de kust.
Jonge zeeklei
Werd van 3000 jaar geleden tot de Middeleeuwen gevormd. Die kuststreek raakte regelmatig overstroomd door de zee, hierbij werd klei en zand afgezet.
Ontginnen
(land) geschikt maken voor het verbouwen van nuttige planten.
Veenpolders
Voormalige veengebieden die door inklinking onder zeeniveau zijn komen te liggen. Ze zijn duizenden jaren geleden ontstaan door afgestorven plantenresten die niet in contact kwamen met zuurstof.
Droogmakerijen
Drooggemalen (veen)plassen of stukken zee.
Zeepolders
Bedijkte kwelders (begroeide landaanwas die bij gemiddeld hoogwater niet meer onder water komen te staan) en aangeslibde stukken land (Zeeland, Groningen en Friesland)
Oeverwal
Een natuurlijke hoogte langs een rivier, die ontstaat doordat tijdens het buiten haar oevers treden van de stroom het grofste materiaal (als zand) het dichtst bij de rivier hebben afgezet.
Komgrond
Bij een overstroming neemt de rivier sediment mee. De klei van het sediment is het lichtst dus komt het verst. Hier klinkt het in.
Terpen
Alleen maar in het noorden van het land. Een heuveltje gebouwd op de kwelder voor 4 à 5 boeren.
Kwelder
Als het vloed is legt de zee een laagje zand neer. Door elke keer opnieuw komt er een bultje met zand.
Verkaveling
Indeling van land.
Topografische kaarten
Bodemgebruik
De manier waarop mensen gebruik maken van de bodem; akkerbouw, veeteelt & tuinbouw.
Bodemprofiel
Verticale doorsnede van een bodem met horizonten.
Delta
Nieuw land dat ontstaat is door sedimentatie bij de monding van de rivier, het is doorkruist door verschillende rivierarmen
Afwatering
Afvoer van water.
Gemaal
Met een vijzel wordt het water omhoog gepompt de dijk over.
Inlaat
Water de polder inlaten. Met de schuif kan het water binnengelaten worden. Er moet af en toe vers water de polder in zodat het niet gaat stinken. Aan de andere kant van de polder zit een uitlaat.
Kwel
Water dat aan de oppervlakte komt.
Kolk
Een wiel. Een meer of een plas dat is ontstaan na een dijkdoorbraak.
Binnendijks
Het land wordt beschermd door de dijk, dus het is binnen de dijk.
Buitendijks
Voor de dijk.
Overstromingsrisico
Risico dat een gebied loopt voor overstroming
Retentiegebied
Opslaggebied voor water
Stuw
Kan waterstanden in een bepaald gebied regelen. Kan maar een kant op, van hoog naar laag.
Sluis
Sluizen bestaan uit drie delen. Ze zorgen dat boten toegang krijgen om hoogteverschillen tussen rivieren of kanalen te overbruggen. Sluizen en stuwen worden vaak verward.
Uitwateringsluis
Een spuissluis is een sluis bedoeld om binnenwater te spuien en buitenwater te keren.Het kan maar een kant op, heeft te maken met tegenwerkende kracht van de deuren.
Windsingel
Voor de boeren. Staan er om de wind af te breken.
Waterschappen
Een strikt of regio. Die regelen voor drinkwater, waterstanden in een gebied op peil en de riolering. Wordt door de overheid geregeld. Moet je belasting voor betalen.
Veengrond
Vooral opgedroogde plantenresten
Podzolbodem
Vooral zand
NAP
Normaal Amsterdamse Peil.
Chemische bodemvruchtbaarheid
Wordt bepaald door de hoeveelheid mineralen in de bodem die planten kunnen gebruiken als voedsel. Elk gewas heeft andere mineralen nodig.
Fysische vruchtbaarheid
Goede verhouding van gronddeeltjes, water en lucht.
Biologische vruchtbaarheid
Vruchtverwisseling. Beluchting door wormen.