Xchange Jaar 1 (havo) 5 Xpedition 5 --) Study check (uitgebreid antwoord)
Lijst downloaden(!)
Leren
Gegeven taal
Vertaling
almost
bijkans; bijna; haast; om zo te zeggen; schier; vrijwel; welhaast; zo goed als; zowat
as a matter of fact
feitelijk; inderdaad; metterdaad
autograph
autograaf; handschrift; handtekening; krabbel; ondertekening
chance
gebeurtenis; gelegenheid; geval; incidenteel; kans; toeval; toevallig; toevalligheid; uitzicht
college
academie; college; hogeschool; universiteit
depressed
bedrukt; down; droefgeestig; gedrukt; melancholiek; terneergeslagen; weemoedig; zwaarmoedig
engineer
baanbreker; bedenken; bekokstoven; bewerkstelligen; geniesoldaat; genist; ingenieur; machinist; pionier; realiseren; toneelknecht; uitdenken; uitkienen; uitvoeren; verwerkelijken; verzinnen; voortrekker
equipment
accommodatie; apparatuur; hardware; inrichting; toerusting; uitrusting; uitrustingsstuk
field
akker; land; lokaal; lokaliteit; oord; plaats; plek; ruimte; terrein; veld; zetel
game
buit; kamp; partij; spel; stem; wild
greedy
begerig; belust; gretig; gulzig; happig; hebberig; hebzuchtig; schrokkig; verlekkerd; vraatzuchtig
intersection
kruising; kruispunt; viersprong; wegkruising
mistake
abuis; dwaling; fout; misvatten; vergissing; verkeerd begrijpen
over
aan; aan de overkant van; aangaande; betreffende; boven; in; jegens; meer dan; met; om; op; over; over ... heen; overheen; ruim; te; tot; van; voor
period
oog; periode; poos; punt; spikkel; stip; tijd; tijdperk; tijdsduur; tijdsgewricht; tijdvak
pocket
broekzak; in zijn zak steken; opstrijken; zak
preparation
bereiding; bewerking; preparaat; toebereiding; verwerking; voorbereiding; voorbereidsel
pressure
aandrang; drang; druk; knel; pressie
quick
gauw; gezwind; haastig; snel; spoedig; vlug
real
aanmerkelijk; aanzienlijk; daadwerkelijk; echt; effectief; eigenlijk; feitelijk; geruim; heus; reëel; waar; waarachtig; werkelijk; wezenlijk
regularly
accuraat; dikwijls; gedurig; geregeld; menigmaal; nauwgezet; precies; regelmatig; vaak; veel; veelal; veeltijds
ridiculous
belachelijk; gek; lachwekkend; mal; ridicuul; zot
schedule
dienstregeling; rooster
seat
bril; kruis; stoel; vork; zetel; zitplaats
snack
een hapje eten; lunch; middageten; middagmaal; noenmaal; oppeuzelen; snack
stage
beleggen; etappe; fase; halte; houden; in scène zetten; kwartier; monteren; overnachtingsplaats; pleisterplaats; podium; regisseren; schijngestalte; schouwtoneel; stadium; statie; station; stopplaats; teweegbrengen; toneel; uitschrijven; zetten
straight ahead
direct; overeind; rechtaan; rechtdoor; rechtop; rechtuit
stressful
hinderlijk; lastig; pijnlijk; storend; verstorend
supply
aanvoer; aanvoeren; afleveren; bestellen; bevoorraden; bevoorrading; bezorging; leveren; provianderen; provisie; spekken; stijven; toevoeren; uitreiken; verschaffen; verstrekken; voorzien van; voorziening
ticket
biljet; kaartje; passagebiljet; plaatsbewijs; plaatskaart; prijsopgave; ticket
tough
bar; duchtig; ferm; fiks; fors; geducht; gehard; hard; hecht; krachtig; lastig; moeilijk; moeitevol; moeizaam; onvermurwbaar; potig; robuust; slim; sterk; stevig; stoer; straf; streng; struis; zuur; zwaar