engels 15
Lijst downloaden(!)
Leren
engels
nederlands
to accelerate
versnellen
to cease
ophouden
to decline
afnemen
to dwindle
verminderen
to distinguish
onderscheiden
to restrict
beperken
to summarize
samenvatten
to pass away
overlijden
aimless
doelloos
to proceed
verder gaan
devoid of
zonder
bruised
gekneusd
torn
gescheurd
obsolete
verouderd
posh
deftig
solemn
plechtig
fragile
kwetsbaar
exhausted
uitgeput
to startle
schrikken
jeopardy
gevaar
upheaval
opschudding
to deteriorate
verslechteren
to fade
verdwijnen
to eradicate
uitroeien
to snap
knappen
inextricably
onlosmakelijk
to detach
losmaken
to scatter
verspreiden
to polish
poetsen
to alter
veranderen
to distort
verdraaien
to disguise
vermommen
to forge
vervalsen
to shrink
krimpen
to draw
trekken
to reveal
onthullen
to evolve
ontwikkelen
to trigger
veroorzaken
alternate
afwisselend
irrevocably
onherroepelijk
plaatsvinden
to occur
verdwijnen
to vanish
stijgen
to increase
afnemen
to decrease
bewustzijn
awareness
toeval
coincidence
buiten gebruik
out of order
verlamd
paralysed
rampzalig
disastrous
beperkt
limited
kwetsbaar
vulnerable
slepen
to drag
zich verzetten tegen
to oppose
zich overgeven
to surrender
onafhankelijkheid
independence