Nederlands woordenschat opdracht 6
Lijst downloaden(!)
Leren
woord
betekenis
interrupties
onderbrekingen, meestal van een betoog doordat iemand uit de zaal een vraag stelt of een opmerking maakt
versoberen
soberder maken
liberaal
behorend tot de politieke beweging die nadruk legt op individuele vrijheid
commotie
gedoe
het Binnenhof
plein in Den Haag met de gebouwen waar de Eerste en de Tweede Kamer vergaderen, metonymisch voor 'de Nederlandse politiek'
onparlementair
grof
kabinetcrisis
politieke crisis door de val van het kabinet, bijvoorbeeld omdat de steun van de meerderheid in het parlement ontbreekt
coalitie
partijen die samen een regering vormen
gedogen
toestaan
oppositie
tegenstand
minderheidskabinet
kabinet dat steunt op een minderheid in het parlement
electoraat
politieke aanhang
financieringstekort
nadelig verschil tussen verwachte inkomsten en uitgaven
poldermodel
Nederlandse overlegcultuur, met name tussen werkgevers en werknemers, waarbij men streeft naar een overeenstemming
de sociale partners
werkgevers en werknemers
sociale onrust
ontevredenheid bij de bevolking over het gevoerde beleid die zich uit in stakingen, werkonderbrekingen, protestdemonstraties
polarisatie
verscherping of benadrukking van tegenstellingen
particulier initiatief
aanzet tot economische activiteiten van individuele burgers, zoals het opzetten van een eigen bedrijf