Nederlands woordenschat HF 2 deel 4
Lijst downloaden(!)
Leren
Nederlands
Nederlands
balans
overzicht van bezittingen, tegoeden en schulden
broodwinning
werk of zaak waarmee iemand zijn geld verdient voor levensonderhoud
commercie
handel waarbij het alleen om winst gaat
eenheidsmunt
officieel internationaal betaalmiddel dat de nationale munten in verschillende landen vervangt, met name de euro in Europa
faillissement
bankroet
fiscus
belastingdienst
fusie
samengaan
garant staan voor
borg staan voor
hypotheek
geld dat iemand leent met een huis als onderpand
inflatie
waardevermindering van het geld
infrastructuur
voorzieningen voor vervoer zoals wegen
kosten-batenanalyse
berekening van de kosten die gemaakt moeten worden en de opbrengsten
liquide middelen
geld dat voorhanden is
ombuigingen
bezuinigingen
onroerend goed
bezittingen die niet te verplaatsen zijn
rendement
opbrengst
stagnatie
stilstand
subsidie
geld dat bedoeld is om mensen, verenigingen enz te steunen
transactie
overeenkomst waarbij goederen worden verkocht
vervaardigen
maken